bloedgroepen bij mensen

Op de rode bloedcellen bevinden zich eiwitten die niet bij iedereen hetzelfde zijn. Als twee mensen verschillende eiwitten op hun rode bloedcellen hebben, hebben ze een verschillende bloedgroep.
Je hebt 4 verschillende bloedgroepen:

  • Bloedgroep A
  • Bloedgroep B
  • Bloedgroep AB
  • Bloedgroep O

Bloedtransfusies


Soms krijgen mensen een ongeluk waarbij je veel bloed verliest. Je moet dan bloed krijgen van iemand anders. Dit noem je een bloedtransfusie. Vroeger overleden zo veel mensen omdat ze niet wisten dat er een verschill in bloedtype was. Je kunt namelijk niet elk soort bloed bij iemand naar binnen brengen. Als je de verkeerde bloedgroep binnen krijgt ontstaan er bloedpropjes omdat je bloed gaat klonteren. Die klontering ontstaat omdat antistoffen in je bloedplasma zich gaan hechten aan de "verkeerde" bloedcellen. Die klonteringen kunnen bloedvaten laten verstoppen zodat die bloedvaten niet langer zuurstof en voedingstoffen bij organen kunnnen afgeven. Dit is heel gevaarlijk.

Oefenen met bloedgroepen klik hier

Rhesusfactor (kader/GL)

Naast de bloedgroepen A, B, AB en O bepalen de rode bloedcellen ook een ander kenmerk van het bloed, namelijk de rhesusfactor. De rhesusfactor kan leiden tot rhesusziekte en is belangrijk voor zwangere vrouwen.

Ongeveer 84% van de mensen heeft de rhesusfactor en is hiermee rhesuspositief. Bij de overige 16% ontbreekt de rhesusfactor, deze mensen noemen we rhesus negatief. Als een rhesus -negatieve zwangere vrouw een rhesus positief kind verwacht, kan deze rhesus -factor van het kind aanleiding zijn tot het vormen van antistoffen door de moeder. Tijdens de zwangerschap, maar vooral tijdens de geboorte kunnen rode bloedcellen van het kind in de bloedbaan van de moeder terechtkomen. (bv door scheurtjes in de placenta) Omdat het lichaam van de moeder deze rhesus positieve rode bloedcellen als vreemd herkent, maakt het rhesus antistoffen aan. Dit gebeurt meestal pas na de bevalling. Daarom is de kans op problemen bij het eerste kind klein.

Antistoffen voor het kind

Tijdens een zwangerschap geeft de moeder via de placenta antistoffen aan haar ongeboren kind. Op die manier krijgt het kind de eerste afweer tegen allerlei ziekten via de moeder. Wanneer de moeder tijdens een vorige zwangerschap rhesus antistoffen heeft aangemaakt, blijven deze in haar bloed aanwezig en kunnen ze bij een volgende zwangerschap via de placenta in de bloedsomloop van het (ongeboren) kind komen. Hierdoor kunnen dan problemen ontstaan wanneer zij een rhesus positief kind verwacht. Deze antistoffen van de moeder breken de rode bloedcellen van het kind af en zo krijgt het bloedarmoede.

Extra informatie over de Rhesusfactor

Bloed transfusie en Rhesus GAME

Speel een Kahoot over de bloedgroepen (klik hier)

Samenvatting thema