Piramides


De producenten leggen energie vast d.m.v. fotosynthese. In een voedselketen worden deze energierijke stoffen doorgegeven aan de volgende schakel van een voedselketen. Tussen twee schakels wordt er energie verloren door o.a. uitscheiding (verbranding, urine, uitwerpselen, gas etc). Dit heeft tot gevolg dat het totale gewicht van alle energierijke stoffen in de organismen in een schakel (de biomassa), per schakel afneemt.

Piramides van aantallen

Als je kijkt naar een voedselketen zul je merken dat de volgende schakel van die voedselketen meestal kleiner is. Als je kijkt naar een piramide van aantallen zie je de individuen in 1 bepaalde schakel. Een voorbeeld hievan zie je op het plaatje onder deze tekst. Het linker plaatje laat zien dat in dit geval de piramide van aantallen eigenlijk helemaal geen piramide laat zien. Het is maar 1 boom waar wel honderden rupsen op kunnen zitten.

Piramide van biomassa

Biomassa is een verzamelnaam voor organisch materiaal. Stoffen die gemaakt zijn door dieren. Water hoort daar niet bij. Water is abiotisch, de levenloze natuur. Als het goed is weet je dat in je cellen cytoplasma zit. Dit cytoplasma bestaat voor een groot deel uit water. Dit hoort dus niet bij biomassa. We zeggen ook wel dat het biologische begrip biomassa slaat op de totale massa (het drooggewicht) van organismen in ecosystemen. Hieronder valt zowel plantaardig als dierlijk materiaal. De piramide van biomassa heeft wel altijd een piramide vorm omdat de volgende schakel in de voedselketen elke keer kleiner wordt.

Energiestroom

In een ecosysteem is sprake van een energiestroom. Het begin altijd bij producenten die hun eigen voedsel maken. (autotrofen) Dit wordt gegeten door de consumenten van de 1e orde. Dit zijn planteneters. Planteneters worden weer gegeten door consumenten van de 2e orde vleeseters en verder. Producenten kunnen ook gegeten worden door alles eters (zoals de mens en varkens). Dit zijn dan ook consumenten van de eerste orde. Bij elke schakel die je hoger gaat op de voedsel keten gaat er energie verloren. Niet al de voedingstoffen kunnen verteerd worden en verlaten het lichaam via de ontlasting. Niet al de voedingsstoffen worden omgezet in biomassa. Het verlaat het lichaam in de vorm van warmte. Je gebruikt voedingsstoffen ook om energie te krijgen om te bewegen. Dit kan allemaal niet doorgegeven worden aan de volgende schakel van de voedselketen en gaat dus verloren. Daarom word de hoeveelheid energie in een voedselketen steeds minder

Samenvatting thema